Voor de 12de keer zijn we gestart met ons 60 nu 50+ kampioenschap. Traditiegetrouw, de eerste ronde in Hasselt waar de club floreert als nooit tevoren.
Met 22 zijn we en dat is weer niet veel, maar er is kwaliteit bij en verrassingen waren er ook nu deze eerste ronde. Een van de mooiste daarvan werd me door Humbert Vermeulen bezorgd. Hij deed een prachtig paardoffer op f7 waarna ik alleen nog kon door spelen om de tijd te vullen. Spijtig voor hem kreeg hij op een bepaald moment zoveel zenuwen, nu was ik het eens niet, dat hij met een paar fikse blunders me alsnog de overwinning schonk. Proficiat Humbert voor de mooie namiddag die je de toeschouwers gaf!
Ge moet, zoals ze zeggen, niet schoon zijn om geluk te hebben.
Ondertussen was ook Guy Hermans aan het lijden. Tegen Sylvain Marmenout had hij zijn Siciliaan hij wat optimistisch behandeld en Sylvain leek zowaar een stuk te winnen. Gelukkig voor Guy zag Sylvain de kans niet en kon hij er zich langzamerhand uit wurmen.
Herman De Wel deed in een op het eerste zicht rustige stelling pardoes een mooi stukoffer op d5 waarna Manu Laleman de kluts en de partij verloor. Willy Lenaerts posteerde na een twijfelachtig Lxf6 een sterk paard op f5 nadat Gaston Dops verplicht de g-lijn opende. Samen met de achter gebleven pion d6 en het bezit van de halfopen d-lijn was het voor Willy niet moeilijk om de stelling van Gaston open te breken.
Jos Berta bouwde met solide spel in een klassieke Siciliaan tegen Georges Poels een klein voordeeltje stilaan uit tot partijwinst. Tegen Michel Vandecan, Piet Ulburghs en Jef Claes waren respectievelijk Eugenio Ceccarini, Ferdinand Jordens en Heinz Bork niet opgewassen.
Leo Hovens leek weer als een wervelwind door de stelling van Jaak Berben te razen, maar plots viel de wind stil. De aimabele Leo liet Jaak terug komen en die was in een plots voor hem gewonnen stelling akkoord met remise.
Vooraf hadden Michel Smets en Peter Vermeulen elkaar geen duim breed toegestaan wat ook in gelijkspel eindigde.
Maurice Engelbosch leek terug zijn oude glorie gevonden te hebben en overspeelde Alfred Bleck in het middenspel. Met een stuk voor werd het eindspel aangevat waar Maurice het gevaar van een ver opgerukte vrijpion schromelijk onderschatte met het gekende gevolg.
|