De vijfde ronde, we zijn halfweg, maar alles is nog mogelijk.
Op de eerste vijf borden waren ze er zich van bewust, zij die nog een kans wilden maken op de eindwinst moesten winnen of minstens remise halen. De twee Michellen (Vandecan en Smets) spraken dan ook over winnen of verliezen, remise werd niet als mogelijk beschouwd. Heeft het thuisspelen dan toch een voordeel? In elk geval Michel Vandecan trok aan het kortste eind en voordien had Sylvain Marmenout ook Jef Claes al tot opgave gedwongen.
Ik kreeg in het begin niet veel tijd om te gaan kijken want had mijn handen vol om aan de aanval van Jaak Berben te weerstaan. Gelukkig kreeg Jaak op het cruciale moment schrik van mijn vrijpion, bedankt Jaak. Willy Lenaerts die oorspronkelijk tegen Daniël Vercauteren moest werd in extremis tegen Fred Bleck gezet (die vrij was door de afwezigheid van Maurice Engelbosch). Willy maakte het keurig af.
Gaston Dops tegen Heinz Bork en Georges Poels tegen Peter Vermeulen bekeken de stelling langs alle kanten maar vonden de weg naar winst niet, dus remise is dan een mogelijkheid hoewel zowel Heinz als Georges wel beter stonden.
Roger Jacobs leek tegen Ferdinand Jordens recht op winst af te stevenen, maar zijn brein sloeg in de knoop met het gekende gevolg. Na een min of meer gelijk opgaande openingsfase begonnen Fortunato Conte en Prosper Barro ook om beurt op kemels te schieten. Fortunato schoot de laatste, dus Prosper won.
Ondertussen waren Herman De Wel tegen Guy Hermans en Leo Hovens tegen Piet Ulburghs in de eindfase van hun partijen gekomen. Leo had naar gewoonte weer een pion geofferd in de opening, maar Piet ving dat mooi op en leek gans de partij gemakkelijk te gaan winnen. Leo kon, zoals ik bij Jaak,echter Piet wat spoken voorschotelen zodat het alsnog remise werd.
Gedurende gans hun partij had Guy wel wat gedrukt maar beter was zijn stelling er niet echt van geworden, het was eer Herman die stilaan maar zeker de touwtjes in handen nam en in het eindspel enkele missers van Guy afstrafte.
|