De zesde ronde terug in Tessenderlo. De woensdagen hebben als nadeel dat er enkele spelers dan verhinderd zijn, maar het gaat nu eenmaal niet anders in een klaslokaal.
Vooraf hadden Jos Berta tegen Michel Smets en Humbert Vermeulen tegen Leo Hovens hun partij al gespeeld. Bij Jos en Michel leek dat recht op remise af te gaan tot Jos op het gedacht kwam dat het zijn beurt was om een zware blunder te begaan en een toren cadeau deed, volgens Michel was een zet terugnemen niet reglementair. Leo zette Humbert met de rug tegen de muur, een plaats waar Humbert niet graag staat, met het gekende gevolg.
Ondanks de dreigende sneeuw was iedereen weer op post en onder de kundige leiding van Jos werd er gestart. Al snel vond ik Ferdinand Jordens in de gang die tegen zichzelf aan het sakkeren was. Doch, wat wil je Ferdinand, je ging tekeer als een jong veulen dat in prikkeldraad geraakt was en wild om zich heen schopte om eruit te geraken. Doch Willy Lenaerts hield rustig de situatie in de gaten en deelde telkens rake klappen uit zodat de stelling van Ferdinand er ging uitzien als een gatenkaas, met vooral veel gaten…
Peter Vermeulen en ikzelf wensten elkaar vóór de partij veel goede wederzijdse invloed toe en ik moet zeggen, het heeft gewerkt voor zowel Peter als mezelf. Colle zal tevreden zijn over zijn leerling. Dit alles ten nadele van Maurice Engelbosch en Georges Poels, die laatste vertelde me na de partij dat hij zich met een partij die ik hem doormailde voorbereidde doch dat hij de eerste zet (1. .. e5! Uitroepteken van Georges) miste, waardoor gans zijn plan vervielL.
Piet Ulburgs liet zich niet in de luren leggen door Sylvain Marmenout en rijfde het volle punt binnen zodat hij nu terug in de bovenste helft komt. Gaston Dops moest het opnemen tegen Heinz Bork. Heinz begon wat aarzelend en passief maar Gaston offerde er zich met de botte hakbijl door en won overtuigend.
Jef Claes leek tegen Alfred Bleck de sterkte uit vervlogen jaren terug gevonden te hebben, tot hij zich echter vastreed op Freds nochtans zwakke verdediging en een stuk liet in staan, Fred had medelijden met de arme Jef en remise werd overeen gekomen. Ook Guy Hermans en Jaak Berben konden zich vinden in een door beiden fel bevochten remise.
Uiteindelijk werd er alleen nog op het 1ste bord gespeeld. Michel Vandecan had niet zonder risico een paard voor drie pionnen geofferd maar in het eindspel leek hij helemaal niet kansloos met zijn pionnenlawine tegen de stukken van Herman De Wel. Tot op het ogenblik dat Michel zijn koning op a5 en zijn toren op b5 plaatste waren zijn kansen reëel, maar met zijn bewegingsvrijheid tot bijna nul herleid leek remise logisch. Toreneindspelen met alleen pionnen op één vleugel zijn volgens Dvoreckij moeilijk te winnen voor de sterkste zijde.
|